Sommige druivenrassen, zoals Solaris, Marechal Foch, Golubok en Rondo, hebben de neiging om veel okselscheuten te produceren, waardoor een dichte loofwand ontstaat. Dit heeft diverse nadelen, de bladeren drogen langzamer op na regen, waardoor de schimmeldruk in de wijngaard toeneemt en de bladeren hangen in elkaars schaduw waardoor bladeren suikers gaan verbruiken in plaats van te produceren. Voor de wijnbouwer betekent het weghalen van okselscheuten extra werk.
Er zijn diverse methoden om de groei van okselscheuten te temperen. Dit artikel beschrijft de ervaringen met één methode, de zogenaamde ‘palissage waarbij de topscheuten na het bereiken van de bovenste draad niet worden getopt, maar horizontaal of naar beneden worden omgebogen.
De theorie hierachter is dat de druif, die van nature een klimplant is en door wil blijven groeien, zijn ’energie’ naar zijn top blijft sturen in plaats van zijscheuten te ontwikkelen.
Mijn ervaringen met palissage zijn opgedaan nadat ik een oproep kreeg van Justine Vanden Heuvel, een Associate Professor of Viticulture aan Cornell University (USA), en haar afstudeerder Justin France om mee te doen aan een experiment met Palissage. Dit artikel beschrijft mijn ervaringen en deelt enkele van de uitkomsten van Justine en Justin.
Twee Druivenrassen, Marechal Foch en Solaris, werden voor mijn experiment gekozen op basis van hun sterke groei en nijging om okselscheuten en een dichte loofwand te ontwikkelen. Beide rassen groeien op SO4 onderstammen.
De bodem bestaat uit “Enkeerdgrond” op fijn zand. Enkeerdgronden zijn zandgronden met een ongeveer 50 cm dikke humushoudende bovengrond die ontstaan is door opmesting met zandrijke potstalmest. De grond is niet erg vruchtbaar, iets zuur met een pH van 6,5 en mineralen spoelen snel uit. De afwatering is goed.
De vier rijen, met ieder 10 druiven, staan in noord-zuid richting, met een overheersende windrichting vanuit het zuid-westen. De twee buitenste rijen weren geselecteerd voor de palissage, de binnenste rijen dienden als ‘controle’ en werden op traditionele wijze getopt.
Het toegepaste type palissage bestond uit het horizontaal wikkelen van de topscheuten rond de top-draad op 2m hoogte. NB een alternatieve methode van palissage is om de topscheuten naar beneden toe uit te buigen.
Het groeiseizoen startte half april, iets voor het langjarig gemiddelde, na een lange, maar milde winter. The maanden mei en juni waren iets koeler dan gemiddeld, maar met veel zon en weinig regen. Juli was warmer dan gemiddeld en opnieuw droog.
Een groot deel van het groeiseizoen van 2015 behoorde tot de 5% droogste jaren sinds het KNMI in 1705 begon met waarnemingen. Dit veranderde eind juli, toen op één dag 30mm viel, gevolgd door meer regen half augustus. Vanaf dat moment wisselden zon en regen elkaar af, waarbij de temperatuur rond het langjarig gemiddelde lag.Deze omstandigheden zorden voor een verhoogd risico op schimmelinfecties in de wijngaard.
Dit weertype continueerde in september, waarbij de temperatuur iets lager lag dan het langjarig gemiddelde.
Het verloop van de beschikbare hoeveelheid vocht en een maat voor de temperatuur tijdens het groeiseizoen worden getoond in de volgende figuren.
Het neerslagtekort, gemiddeld voor heel Nederland, is te zien als de zwarte lijn in figuur 1. De blauwe lijn toont de mediaan.
figuur 1. Het neerslagtekort voor 2015, vergeleken met de mediaan en extreme jaren.
Figuur 2 toont de Huglin-index, een maat voor de hoeveelheid groeizame dagen gedurende het groeiseizoen. De Huglin-index wordt verkregen door de dagtemperatuur over het groeiseizoen te sommeren. Hierbij wordt van de dagtemperatuur een minimum temperatuur afgetrokken die overeenkomt met de temperatuur waaronder de plant in rust is en niet meer groeit (voor druiven 10 graden Celsius).
De figuur toont het langjarige gemiddelde (donker rode lijn) en de waarden voor 2015 (de licht rode lijn). Daarnaast zijn de groeistadia voor de Rondo weergegeven en de waarde van de Huglin-index die nodig is om verschillende bio- en traditionele druivenrassen te laten rijpen.
figuure . De Huglin-index gedurende het groeiseizoen van 2015 (bron: metingen Bart van Hest, klimaat-data van het KNMI)
In tabel 1 zijn een aantal van de belangrijke ontwikkelingsstadia van de Marechal Foch en Solaris gedurende het groeiseizoen van 2015 weergegeven.
| BBCH-schaal | Stadium | M.Foch | Solaris |
|---|---|---|---|
| 05 | wol-stadium | 10-4-2015 | 10-4-2015 |
| 09 | knoppen breken | 22-4-2015 | 23-4-2015 |
| 11 | 1e blad | 25-4-2015 | 27-4-2015 |
| 13 | 3e blad | 1-5-2015 | 5-5-2015 |
| 15 | 5e blad | 11-5-2015 | 13-5-2015 |
| 61 | 10% bloei | 6-6-2015 | 10-6-2015 |
| 68 | 80% bloei | 14-6-2015 | 25-6-2015 |
| 73 | korrelgrootte | 24-6-2015 | 30-6-2015 |
| 83 | verkleuring | 10-8-2015 | 30-7-2015 |
| 89 | oogst | 11-10-2015 | 20-9-2015 |
Tot aan de oogstperiode kan het groeiseizoen als een gemiddeld jaar worden gezien. Tegen de oogst werd de temperatuur lager en viel er meer neerslag.
De eerste scheuten bereikten de topdraad rond 5 juni. De eerste keer toppen vond plaats op 10 juli, toen de scheuten 100-150cm ‘over’ de topdraad waren gegroeid. De beide binnen-rijen werden met een heggenschaar gesnoeid, de beide buiten-rijen werden met de hand horizontaal uitgebogenm, waarbij de scheuten rond de topdraad werden gewikkeld.
Tabel 2 toont de tijd die werd besteed aan het snoeien en wikkelen:
| variëteit | methode | tijd/stok (minuten) | ‘gemak’ |
|---|---|---|---|
| M.Foch | snoei | 1.5 a 2.0 | 2 |
| M.Foch | wikkelen | 2 | 5 |
| Solaris | snoei | 1 | 2 |
| Solaris | wikkelen | 2.5 | 5 |
Opmerkingen en observaties:
De volgende foto’s tonen de rijen voorafgaand en na de snoei/wikkel activiteiten.
| variëteit | voor | na |
|---|---|---|
| M.Foch | ||
| Solaris |
Een close-up van de gewikkelde Marechal Foch:
De volgende foto’s tonen de hoeveelheid snoeiafval uit de gesnoeide en de gewikkelde rijen. Jammer genoeg is vergeten om het snoeiafval te wegen.
| variëteit | snoei | wikkelen |
|---|---|---|
| M.Foch |